Real world: risico stoppen JAK-remmers en bDMARDs verschillend
Onderzoekers van de internationale JAK-pot-studie ontdekten dat JAK-remmers in het algemeen niet geassocieerd waren met een hoger risico op stoppen met de behandeling door adverse events dan TNF-remmers. Hun subgroepanalyses suggereerden echter dat dat risico wél hoger was voor specifieke typen JAK-remmers en patiëntenpopulaties.
Uit een klinische studie onder patiënten met RA bleek dat zij meer adverse events (AE’s) ervaren als ze de JAK-remmer tofacitinib gebruikten dan de TNF-remmer adalimumab of etanercept. Onderzoekers van de JAK-pot-studie wilden uitzoeken of RA-patiënten ook in een real world-setting vaker met hun behandeling met JAK-remmers stopten door AE’s.
Internationale samenwerking
De auteurs bestudeerden daarom gegevens over RA-patiënten nieuw op JAK-remmers, TNF-remmers of een biological met een ander werkingsmechanisme uit 17 registraties die deelnamen aan de JAK-pot collaboration. In totaal konden ze 46.913 behandelingen analyseren: 12.523 met JAK-remmers (43% baricitinib, 40% tofacitinib, 15% upadacitinib, 2% filgotinib), 23.391 met TNF-remmers en 10.999 met andere biologicals.
Verschillen tussen subgroepen
Vervolgens…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees meer over:




