Alles over één aandoening
Elf dossiers die nieuws, richtlijnen en veelgestelde vragen bij elkaar brengen.
Serummarker onderscheidt benigne noduli van NSCLC
Een recent onderzoek heeft een nieuwe diagnostische marker geïdentificeerd die perifere benigne longnoduli onderscheidt van vroeg stadium NSCLC. De serumbepaling van deze CST1-marker is daarnaast mogelijk een voorspeller van de prognose bij NSCLC. Vroege herkenning van NSCLC is bepalend voor het ziektebeloop en de prognose, waardoor eenvoudige en snelle diagnostische markers gewenst zijn.
Cystatine-SN (CST1) is als actieve cysteïneproteaseremmer van de CST-superfamilie betrokken bij inflammatie en tumorgenese, wat de onderzoekers deed vermoeden dat het een bruikbare marker kon zijn. Zij onderzochten dit in cellijnen van NSCLC, in tumorweefsel en in serummonsters van patiënten met NSCLC en gezonde controles. De serumwaarden van CST1 waren significant hoger bij patiënten met NSCLC dan bij patiënten met een benigne perifere longnodulus (4289 ± 2405 pg/ml versus 1558 ± 441 pg/ml, p<0,0001) en dan bij gezonde controles (4289 ± 2405 pg/ml versus 1529 ± 416 pg/ml, p<0,0001).
De combinatie van serum-CST1 met de tumormarkers Cyfra2101 en CEA bleek zeer effectief om vroeg stadium NSCLC te onderscheiden van benigne longnoduli (AIC 0,914/0,925). De eerste resultaten suggereerden bovendien dat een laag CST1 in het serum een indicatie is voor een betere overlevingskans bij NSCLC. De auteurs benadrukken dat de resultaten in verder klinisch onderzoek moeten worden bevestigd, maar zijn hoopvol dat serum-CST1 kan worden ingezet om benigne longnoduli te onderscheiden van vroeg stadium NSCLC.
Lai Y, et al. Identification and Validation of Serum CST1 as a Diagnostic Marker for Differentiating Early-Stage Non-Small Cell Lung Cancer from Pulmonary Benign Nodules. Cancer Control 2022;29:10732748221104661.
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees ook
Incidentie bestralingspneumonitis na EGFR-TKI vaak onderschat
1 min. leestijd
De combinatie van EGFR-TKI’s en thoracale radiotherapie bij patiënten met gevorderd NSCLC gaat gepaard met een hoge incidentie (~62%) van radiatiepneu ...
Is ULK1 een nieuwe target om EGFR-TKI-resistentie aan te pakken?
2 min. leestijd
Onderzoek met een EGFR+-NSCLC-model laat zien dat ULK1 een cruciale rol speelt bij resistentie tegen EGFR-TKI’s. Hiermee lijkt ULK1 een nieuwe therape ...

