
In het kort IPF en progressieve pulmonale fibrose (PPF) delen een progressief fibrotisch beloop en een vergelijkbaar slechte prognose; het denken verschuift van diagnose naar ziektegedrag. Pirfenidon en nintedanib remmen de FVC-achteruitgang maar stoppen de ziekte niet; verdraagbaarheid (fotosensitiviteit, diarree) bepaalt mede de keuze. Twee fase 3-studies werden positief: FIBRONEER (nerandomilast, PDE4B-remmer) en TETON (geïnhaleerd treprostinil), met effect boven op de bestaande therapie en in FIBRONEER-ILD een gunstig, nominaal significant mortaliteitssignaal.
De volgende uitdaging is niet meer middelen, maar de juiste patiënt bij het juiste middel: biologische fenotypering, biomarkers en bredere eindpunten dan FVC alleen. Het behandellandschap van longfibrose is jarenlang opvallend stil geweest, maar komt nu in beweging. In de openingslezing van het jaarlijkse ILD-symposium, gehouden als afsluiting van de wereldwijde longfibrose-awareness maand september, nam longarts Thomas Koudstaal (Erasmus MC) de zaal mee langs de nieuwe ontwikkelingen bij idiopathische pulmonale fibrose (IPF) en progressieve pulmonale fibrose (PPF).
Lees verder ›


