Alles over één aandoening

Elf dossiers die nieuws, richtlijnen en veelgestelde vragen bij elkaar brengen.

Bekijk de dossiers

IJzergebrek en ferritine: welke afkapwaarde geldt bij uw patiënt?

IJzergebrek: waarom er geen ferritinewaarde bestaat die overal geldt IJzergebrek is een van de meest gestelde diagnoses in de interne geneeskunde, en tegelijk een van de slechtst gedefinieerde. De bepaling waar het bij ijzergebrek vrijwel altijd op aankomt is ferritine, en juist daar lopen de richtlijnen uiteen: wie ze naast elkaar legt, vindt voor dezelfde vraag zeven verschillende antwoorden. De WHO houdt bij volwassenen 15 microgram per liter aan, en 70 bij ontsteking. De Britse gastro-enterologen spreken van afwezige voorraden onder 15 en lage voorraden onder 30. De NHG-Standaard bevestigt onder 15 en sluit uit boven 100. ECCO hanteert 30 zonder ontsteking en tot 100 met. De ESC noemt bij hartfalen 100, of 100 tot 299 in combinatie met een transferrineverzadiging onder 20 procent. En KDIGO kwam dit jaar met weer andere drempels, afhankelijk van dialyse. Die spreiding is geen slordigheid. Ze volgt uit één eigenschap van de bepaling zelf. Ferritine meet twee dingen tegelijk Ferritine weerspiegelt de ijzervoorraad, maar het is ook een acutefase-eiwit. KDIGO 2026 formuleert het bondig: ferritine stijgt door celschade en…
In het kort
  • Ferritine is een acutefase-eiwit. Bij ontsteking sluit een normale waarde ijzergebrek niet uit, en dat is precies waarom elke richtlijn een andere afkapwaarde hanteert.
  • De enige studie die de gangbare definitie tegen beenmergijzer toetste, vond dat transferrineverzadiging onder 20 procent beter presteert dan ferritine, en dat ferritine diagnostisch weinig toevoegt.
  • De nieuwe ESC-hartfalenrichtlijn steunt transferrineverzadiging onder 20 procent als definitie en noemt de gangbare ferritinedefinitie onbetrouwbaar. Intraveneus ijzer blijft Klasse I voor klachten en kwaliteit van leven, en is Klasse IIa voor het verminderen van opnames.
  • KDIGO 2026 vervangt de termen absoluut en functioneel ijzergebrek door systemic iron deficiency en iron-restricted erythropoiesis.
  • Bij ferricarboxymaltose is hypofosfatemie in gerandomiseerde trials bij de helft tot driekwart van de patienten gemeten, terwijl de productinformatie de frequentie op 1 tot 10 procent zet.
Test je kennis
0 / 1
1. Een patient met HFrEF heeft een ferritine van 180 microgram per liter en een transferrineverzadiging van 17 procent. Wat volgt hieruit volgens de ESC-definitie?

Veelgestelde vragen

Waarom is een ferritine van 45 bij een patient met een CRP van 30 geen geruststellende uitslag?

Ferritine is een acutefase-eiwit en stijgt bij ontsteking en celschade. ECCO stelt dat bij ontsteking een ferritine tot 100 microgram per liter nog steeds kan passen bij ijzergebrek, en de WHO verhoogt haar drempel bij ontsteking van 15 naar 70. Een waarde die het laboratorium niet markeert, sluit ijzergebrek dus niet uit. Bepaal in die situatie de transferrineverzadiging, die veel minder door ontsteking wordt beinvloed.

Wat is het verschil tussen absoluut en functioneel ijzergebrek?

Bij absoluut tekort zijn de voorraden uitgeput: zowel ferritine als transferrineverzadiging is laag. Bij functioneel tekort is er wel ijzer, maar wordt het vastgehouden en komt het niet beschikbaar voor de erytropoese: lage verzadiging bij normaal of hoog ferritine. KDIGO 2026 noemt deze twee sinds kort systemic iron deficiency en iron-restricted erythropoiesis. Het onderscheid is klinisch relevant, want bij hartfalen was alleen de groep met werkelijk lage voorraden onafhankelijk geassocieerd met het gecombineerde eindpunt.

Hoe hard is het bewijs voor intraveneus ijzer bij hartfalen?

Sterker voor klachten dan voor uitkomsten, en de ESC zegt dat inmiddels zelf. De aanbeveling om klachten en kwaliteit van leven te verbeteren is Klasse I. De aanbeveling om opnames te verminderen is Klasse IIa, en de richtlijn van 2026 noemt het bewijs op harde eindpunten niet sluitend: bijna alle trials sloten in op de oude ferritinedefinitie, de populaties en doseringen liepen uiteen, en enkele grote trials werden door de coronapandemie verstoord. Behandel dus met de verwachting dat de patient zich beter gaat voelen, en wees terughoudend met beloften over opnames.

Moet ik overstappen van ferricarboxymaltose op ferriderisomaltose?

Op het punt van hypofosfatemie is het verschil groot en consistent: ongeveer 8 procent tegen 51 tot 75 procent in drie gerandomiseerde vergelijkingen. Daar staat tegenover dat de ESC ook in de richtlijn van 2026 beide preparaten in dezelfde aanbeveling noemt, zonder voorkeur uit te spreken, en dat de uitkomstdata bij hartfalen voor ferricarboxymaltose omvangrijker zijn. Blijf je bij ferricarboxymaltose, controleer dan fosfaat bij herhaalde toediening, hogere doses en langdurig gebruik.

Lees het volledige artikel

Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.

Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · Inloggen

Lees ook

Elke maand wachten met triple therapie na een exacerbatie kost 11 procent extra cardiovasculair risico

Elke maand wachten met triple therapie na een exacerbatie kost 11 procent extra cardiovasculair risico

Longgeneeskunde

3 min. leestijd

Een patiënt met COPD komt terug van een exacerbatie. Hij knapt op, de prednison is uitgewerkt, en de vraag of zijn onderhoudsmedicatie moet worden uit ...

Lees meer
Risico op hartfalen verhoogd bij jongere patiënten met 3e generatie EGFR-TKI

Risico op hartfalen verhoogd bij jongere patiënten met 3e generatie EGFR-TKI

Longgeneeskunde

1 min. leestijd

Vergelijkend onderzoek van de derde-generatie EGFR-TKI osimertinib met eerdere-generatie TKI's bij ruim 2600 patiënten met NSCLC in de TriNetX USA-net ...

Lees meer