Alles over één aandoening
Elf dossiers die nieuws, richtlijnen en veelgestelde vragen bij elkaar brengen.
Incidentie bestralingspneumonitis na EGFR-TKI vaak onderschat
Yao Y, et al. Incidence of Radiation Pneumonitis Following EGFR-TKI Combined With Thoracic Radiotherapy in Unresectable Stage III or IV Non-Small-Cell Lung Cancer: A Systematic Review and Meta-analysis. Clin Lung Cancer 2026 Jul 16;27(7):95-107.
De combinatie van EGFR-TKI’s en thoracale radiotherapie bij patiënten met gevorderd NSCLC gaat gepaard met een hoge incidentie (~62%) van radiatiepneumonitis (RP). Wel zijn de gevallen van bestralingspneumonitis vaak laaggradig en goed te mitigeren.
Literatuurreview en meta-analyse
Onderzoekers bestudeerden de incidentie van bestralingspneumonitis bij patiënten met stadium II/IV NSCLC met een EGFR-mutatie, die in aanvulling op de thoracale radiotherapie een EGFR-TKI kregen. Twintig studies met in totaal 693 patiënten werden geïncludeerd. De gepoolde incidenties werden met een random-effects model bepaald.
Hoge incidentie bestralingspneumonitis, maar laaggradig
De algehele gepoolde incidentie van bestralingspneumonitis bedroeg 62,06% (95%BI 48,67-74,63), een stuk hoger dan de onderzoekers op voorhand verwachtten. Een groot deel van de bestralingspneumonitis-gevallen was echter laaggradig van ernst. Graad 1-2 pneumonitis werd gezien bij 52,09% (95%BI 38,21-65,81), terwijl een ernstige bestralingspneumonitis (graad 3-5) bij 5,33% (95%BI 1,87-10,41) optrad. In drie studies met 86 patiënten moest bij 17,07% de behandeling worden gestopt vanwege RP.
Mogelijk meer pneumonitis bij eerste- en derde-generatie TKI
Een subgroep analyse liet een significant verschil in RP-incidentie zien tussen verschillende generaties EGFR-TKI’s (p=0,0038). Eerste- en derdegeneratie-TKI’s lieten relatief hoge incidenties van RP zien: 64,83% respectievelijk 64,09%.
Bestralingstechnieken
Er was geen verschil in incidentie tussen verschillende bestralingstechnieken, maar beperkte data suggereren volgens de onderzoekers dat er meer bestralingspneumonitisgevallen zijn met zowel derde-generatie TKI plus conventionele radiotherapie (71,43%) als met eerste-generatie TKI plus stereotactische lichaamsbestraling (SBRT) (77,41%), in vergelijking met een behandeling met eerste-generatie TKI plus non-SBRT (59,88%).
De onderzoekers concluderen dat de incidentie van bestralingspneumonitis onderschat is bij behandeling met EGFR-TKI plus radiotherapie. Zij benadrukken dat verder onderzoek naar de incidentie van bestralingspneumonitis met derde-generatie TKIs of SBRT geïndiceerd is.
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees ook
Is ULK1 een nieuwe target om EGFR-TKI-resistentie aan te pakken?
2 min. leestijd
Onderzoek met een EGFR+-NSCLC-model laat zien dat ULK1 een cruciale rol speelt bij resistentie tegen EGFR-TKI’s. Hiermee lijkt ULK1 een nieuwe therape ...
Risico op hartfalen verhoogd bij jongere patiënten met 3e generatie EGFR-TKI
1 min. leestijd
Vergelijkend onderzoek van de derde-generatie EGFR-TKI osimertinib met eerdere-generatie TKI's bij ruim 2600 patiënten met NSCLC in de TriNetX USA-net ...

