Alles over één aandoening
Elf dossiers die nieuws, richtlijnen en veelgestelde vragen bij elkaar brengen.
ctDNA als responsbiomarker bij immunochemoradiotherapie voor NSCLC
Horndalsveen H, et al. ctDNA based MRD detection in stage III NSCLC treated with chemoradiotherapy and durvalumab. J Thorac Oncol2026 Jun 23:103992.
Onderzoek toont aan dat circulerend tumorDNA (ctDNA) een biomarker kan zijn voor minimale restziekte (MRD). Onderzoekers zagen dat ctDNA tijdens en na behandeling met durvalumab en chemoradiotherapie geassocieerd was met een kortere PFS bij stadium III NSCLC. De ctDNA-gebaseerde MRD-bepaling kan patiënten met een verminderde respons en hoger risico op relapse vroegtijdig identificeren.
De voordelen van durvalumab na een behandeling met chemoradiotherapie verschillen behoorlijk bij mensen met niet-resectabel stadium III NSCLC. Detectie van minimale restziekte (MRD) via ctDNA kan mogelijk helpen om patiënten te identificeren met een hoog risico voor non-respons tijdens en na durvalumab.
Prospectief onderzoek
De onderzoekers toetsten deze hypothese in een prospectieve studie met patiënten met niet-resectabel stadium III NSCLC die chemoradiotherapie kregen gevolgd door durvalumab. De onderzoekers verzamelden plasmamonsters bij screening, na de chemoradiotherapie en op gezette tijdspunten tijdens de behandeling met durvalumab en bij een follow-up bezoek. Een tumor-agnostisch hybride ctDNA MRD-assay werd gepersonaliseerd naar elke individuele patiënt in de studie met als uitkomstparameter ctDNA-detectie (MRD-positief) of geen detectie (MRD-negatief).
ctDNA als responsbiomarker
De onderzoekers analyseerden 659 plasmamonsters van 84 patiënten. MRD-positiviteit (detecteerbare ctDNA) na zes maanden behandeling met durvalumab was sterk geassocieerd met de progressievrije overleving (PFS) met een hazard ratio (HR) van 2,45 (95%BI 1,18-5,11;p=0,013). Drie maanden na afronding van de behandeling was de HR 5,37 (95%BI 1,93-14,93; p<0,001). Daarnaast liet een analyse met alle monsters na CRT zien dat detecteerbaar ctDNA na CRT gepaard ging met een bijna verdrievoudigd risico op ziekteprogressie (HR 2,95 (95%BI 1,69-5,15; p<0,001)).
De onderzoekers concluderen dat seriële MRD-monitoring met ctDNA bij patiënten met stadium III NSCLC die hier chemoradiotherapie en durvalumab voor krijgen, helpt om patiënten met een hoog risico op therapiefalen te identificeren. Of ctDNA-gebaseerde MRD-bepaling ook een goede responsbiomarker kan zijn bij andere immunotherapie is een onderzoeksgebied van interesse.
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees ook
Geaccrediteerde e-learning: de bronchiëctasiepatiënt in de praktijk
1 min. leestijd
Over deze e-learning Wat zijn de nieuwste aanbevelingen in de diagnostiek en behandeling van bronchiëctasieën? Longartsen dr. Josje Altenburg (Amsterd ...
Complexe type 2-inflammatie bij astma eenvoudig uitgelegd
4 min. leestijd
Astma is een veelvoorkomende, heterogene chronische longziekte met een complexe pathofysiologie, waarbij bij de meeste patiënten sprake is van type 2- ...

