Alles over één aandoening
Elf dossiers die nieuws, richtlijnen en veelgestelde vragen bij elkaar brengen.
DCE-MRI geschikt voor volgen van synovitis bij knieartrose
Mostert JM, van Zadelhoff TA, Poot DHJ, et al. Dynamic contrast-enhanced magnetic resonance imaging of the synovium and synovial subregions in knee osteoarthritis: test-retest repeatability. Quant Imaging Med Surg. 2026 Jan 1;16(1):3.
Dynamic contrast-enhanced MRI (DCE-MRI) lijkt een reproduceerbare methode om synoviale ontsteking bij knieartrose in kaart te brengen. Vooral de parameter Ktrans laat een goede test-hertestbetrouwbaarheid zien en kan daarom bruikbaar zijn als biomarker in klinische studies.
Studie-opzet
Dat blijkt uit een Nederlands-Amerikaanse studie van het Erasmus MC en de University of Wisconsin-Madison. De auteurs onderzochten of herhaalde metingen bij dezelfde patiënt voldoende stabiel zijn om veranderingen in de tijd betrouwbaar te kunnen interpreteren. Juist dat is van belang voor interventies die op synovitis zijn gericht.
In deze secundaire, exploratieve analyse werden 31 volwassenen met radiografisch bevestigde milde tot matige knieartrose geïncludeerd. De deelnemers deden mee aan een gerandomiseerde trial naar geniculaire arterie-embolisatie bij knieartrose. Voor deze analyse werden alleen patiënten uit de sham-arm gebruikt, zodat een actief behandelingseffect de test-hertestanalyse niet zou verstoren. Alle deelnemers kregen een DCE-MRI van de knie bij baseline en na één maand opnieuw.
Belangrijkste parameter
De onderzoekers segmenteerden het synovium semi-automatisch en verdeelden het vervolgens in acht subregio’s op basis van de arteriële bloedvoorziening. Daarna berekenden zij meerdere kwantitatieve perfusieparameters met farmacokinetische modellering. De kwantitatieve parameter Ktrans liet een goede test-hertestbetrouwbaarheid zien. Voor het totale synovium bedroeg de intraclass correlatiecoëfficiënt (ICC) 0,84 en de repeatability coefficient (RC) 0,039. Dat laatste betekent dat een verandering van ongeveer 0,039 of meer met 95% zekerheid als een werkelijke verandering kan worden gezien en niet als meetruis. De semi-kwantitatieve parameter IAUC60 liet een vergelijkbare ICC zien van 0,85, maar met een hogere RC van 0,090.
Consistente resultaten
Ook op subregionaal niveau bleef de reproduceerbaarheid overwegend goed. Voor Ktrans varieerden de ICC-waarden van 0,70 tot 0,89, met RC-waarden tussen 0,028 en 0,099. Daarmee ondersteunen de resultaten het gebruik van kwantitatieve DCE-MRI als imaging-biomarker in onderzoek, bijvoorbeeld om synoviale perfusie en behandelrespons in de tijd te volgen.
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees ook
Wat is artrose? Symptomen, oorzaken en behandeling
3 min. leestijd
Artrose is de meest voorkomende gewrichtsaandoening, waarbij het kraakbeen in een gewricht geleidelijk verdunt en het hele gewricht verandert, met pij ...
Nederlands-Amerikaanse studie brengt ziektelast knie- en heupartrose in kaart
1 min. leestijd
Knie- en heupartrose komen veel voor in Europa. Knieartrose treft naar schatting 10% van de bevolking, terwijl heupartrose voorkomt bij ongeveer 6%. D ...

