Nieuwsbrief · Longgeneeskunde

Longgeneeskunde juni 2026

In deze uitgave

Bronchiale thermoplastie verandert transcriptoom bij ernstig astma
LonggeneeskundeBronchiale thermoplastie verandert transcriptoom bij ernstig astma

Experts in bronchiale thermoplastie van het Amsterdam UMC, UMCG en LUMC onderzochten het transcriptoom in het bloed op baseline en 6 maanden na bronchiale thermoplastie (BT) bij patiënten met ernstig astma. Veranderingen in het transcriptoom waren zichtbaar na 6 maanden en geven inzicht in het profiel van responders versus non-responders. BT kan een uitkomst zijn voor bepaalde patiënten met ernstig astma, maar het precieze werkingsmechanisme en de factoren die bepalen of een patiënt baat heeft, zijn nog deels onbekend. Nederlandse longarts-onderzoekers lopen wereldwijd voorop met deze behandeling.

Om meer inzicht te verkrijgen verzamelden en bestudeerden zij bloedmonsters, met isolatie en sequencing van RNA, op baseline en 6 maanden na BT bij 31 patiënten met ernstig astma, afgezet tegen een controlecohort. Zij vergeleken het transcriptoom voor en na BT, bij responders versus non-responders en bij ernstig astma versus controlepatiënten. De onderzoekers identificeerden genexpressieverschillen in 179 monsters. Na BT bleken de transductieroutes gerelateerd aan zenuwstelselontwikkeling, ionkanaalactiviteit, ontwikkeling van spierweefsel en trilhaarfunctie gedownreguleerd.

Lees verder ›
Risico op hartfalen verhoogd bij jongere patiënten met 3e generatie EGFR-TKI
LonggeneeskundeRisico op hartfalen verhoogd bij jongere patiënten met 3e generatie EGFR-TKI

Vergelijkend onderzoek van de derde-generatie EGFR-TKI osimertinib met eerdere-generatie TKI's bij ruim 2600 patiënten met NSCLC in de TriNetX USA-netwerkdatabase laat zien dat osimertinib geen groter algeheel cardiovasculair risico geeft. Wel bleek osimertinib een verhoogd risico op hartfalen te geven bij jongere patiënten onder 60 jaar. De ontwikkeling van EGFR-TKI's heeft de uitkomsten van EGFR-gemuteerd NSCLC substantieel verbeterd, maar er zijn zorgen over potentiële cardiotoxiciteit, met name bij osimertinib. In deze retrospectieve cohortstudie werden 4.145 volwassenen met EGFR-gemuteerd NSCLC geïncludeerd die osimertinib in de eerste lijn kregen (n=2.

610) of een eerdere-generatie EGFR-TKI (n=361). Na 1:1-matchen op waarschijnlijkheidsscore bleven 358 gematchte paren over. De primaire uitkomstmaat was de 5-jaars cumulatieve incidentie van een composiet eindpunt met aritmie, hartfalen, ischemische hartziekte en mortaliteit door alle oorzaken. Eerstelijns osimertinib was niet geassocieerd met een toegenomen algeheel risico op het composiet eindpunt ten opzichte van eerdere-generatie EGFR-TKI's (hazard ratio 0,951; 95%-BI 0,777-1,164; p=0,627).

Lees verder ›
Triple therapie effectief bij relevant deel van patiënten met ernstig astma
LonggeneeskundeTriple therapie effectief bij relevant deel van patiënten met ernstig astma

Een retrospectief real-world cohortonderzoek laat zien dat triple therapie astmacontrole biedt bij ruim de helft van de patiënten met ernstig astma die onvoldoende reageerden op duale therapie. Mensen met bronchiëctasieën, rokers en patiënten met ernstiger astma hadden een slechtere uitkomst. Hoewel de effectiviteit van triple therapie eerder werd aangetoond in gerandomiseerde trials en meta-analyses, bestonden nog vragen over de langetermijneffectiviteit en over de mate waarin triple therapie escalatie kan voorkomen. Onderzoekers verzamelden data van 390 patiënten met ongecontroleerd astma op duale therapie die startten met triple therapie, met metingen op baseline, na 16-24 weken, na 52 weken en bij het laatste bezoek.

Follow-up liep door tot behandelescalatie naar orale corticosteroïden, azitromycine of biologicals, of tot het laatste bezoek. Effectiviteit werd gedefinieerd als het uitblijven van escalatie in combinatie met astmacontrole (ACT-score van 20 of hoger en geen ernstige exacerbaties). De mediane follow-up bedroeg 40,0 maanden, waarin bij 83 mensen (22,5%) escalatie nodig was.

Lees verder ›