Nieuwsbrief · Longgeneeskunde

Longgeneeskunde maart 2026

In deze uitgave

Oudere astmapatiënten vaker hoge doses ICS, minder specialistische zorg
LonggeneeskundeOudere astmapatiënten vaker hoge doses ICS, minder specialistische zorg

Oudere patiënten met astma gebruiken vaker hoge doses inhalatiecorticosteroïden (ICS), terwijl zij juist minder vaak door een medisch specialist worden behandeld. Dat blijkt uit een Deense landelijke cohortstudie onder ruim 184.000 volwassenen met astma. In de studie werden alle Deense volwassenen met een geregistreerde astmadiagnose of actieve behandeling met ICS in 2021 opgenomen, in totaal 184.565 personen met een mediane leeftijd van 57 jaar en 59% vrouw.

De onderzoekers onderzochten leeftijdsverschillen in het gebruik van ICS en in de plaats waar de astmazorg plaatsvond. In totaal gebruikte 15,7% van de patiënten hoge of supratherapeutische doses ICS (800-1600 µg budesonide-equivalent per dag of meer dan 1600 µg per dag). Het gebruik van hoge doses nam toe met de leeftijd en bereikte een plateau rond 56 jaar. Het aandeel patiënten met hoge doses was het laagst in de leeftijdscategorie 18-45 jaar (9,7%) en het hoogst in de categorie 66-75 jaar (18,9%). Tegelijkertijd nam het aandeel patiënten onder specialistische zorg af met de leeftijd: 18,9% van de patiënten van 56-65 jaar werd door een specialist gezien, tegenover 11,4% bij patiënten ouder dan 86 jaar.

Lees verder ›
Geen consensus over definitie van vroege COPD
LonggeneeskundeGeen consensus over definitie van vroege COPD

Er is dringend behoefte aan eenduidige en klinisch toepasbare definities van vroege chronische obstructieve longziekte (COPD), omdat inconsistente terminologie en het ontbreken van definities zowel onderzoek als vroege interventie bemoeilijken. Dit blijkt uit een systematische review van Britse onderzoekers. Vroege COPD wordt beschouwd als de beginfase van de ziekte, maar huidige diagnostische methoden brengen het volledige spectrum van ziekteprogressie onvoldoende in beeld en bieden beperkt houvast voor behandeling. Deze review onderzocht klinisch onderzoek naar vroege COPD, analyseerde de gebruikte termen en definities en evalueerde voorspellers van ziekteprogressie.

Van de 4871 geïdentificeerde artikelen werden na verwijdering van duplicaten 1759 studies gescreend. Er werden uiteenlopende termen gebruikt om vroege ziektefasen te beschrijven; het vaakst kwamen PRISm (preserved ratio impaired spirometry), GOLD 0, early COPD, at-risk COPD en pre-COPD voor. De gehanteerde definities bleken sterk heterogeen en voorgestelde definities werden niet consequent toegepast. Voor de analyse van ziekteprogressie werden 43 cohortstudies geïncludeerd, waarvan 93% van goede kwaliteit was.

Lees verder ›
Sociaaleconomische verschillen vergroten risico op ernstig kinderastma
LonggeneeskundeSociaaleconomische verschillen vergroten risico op ernstig kinderastma

Kinderen uit sociaaleconomisch kwetsbare gezinnen hebben een duidelijk hoger risico op ernstig astma en opname op de kinder-IC. In een landelijke studie onder ruim 4,5 miljoen kinderen in Nederland bleek de kans op ernstig astma ongeveer twee keer zo groot in de laagste inkomensgroep, met 2,6 keer meer kinder-IC-opnames. Er zijn toenemende aanwijzingen dat gezondheidsverschillen bijdragen aan een verhoogd risico op ernstig astma. Onderzoekers van het Amsterdam UMC en UMC Groningen onderzochten daarom hoe sociaaleconomische verschillen samenhangen met het risico op ernstig astma bij kinderen in Nederland.

Alle kinderen van 2 tot 17 jaar die tussen 2018 en 2022 in Nederland woonden, werden opgenomen in de analyses. De onderzoekers gebruikten gekoppelde nationale registratiedata over zorgkosten van astma, ziekenhuisopnames en opnames op de kinder-IC om ernstig astma te identificeren, en keken met geografische analyses naar regionale clusters. Kinderen uit de laagste inkomensgroep hadden ongeveer twee keer zoveel kans op ernstig astma als kinderen uit de hoogste inkomensgroep, en 2,6 keer meer kans op een kinder-IC-opname vanwege ernstig astma.

Lees verder ›
Virussen beïnvloeden effecten luchtvervuiling op piepende ademhaling
LonggeneeskundeVirussen beïnvloeden effecten luchtvervuiling op piepende ademhaling

Een recente Nederlandse studie laat zien dat circulerende virussen de relatie tussen kortdurende blootstelling aan luchtvervuiling en acute astma- of virus-geïnduceerde piepaanvallen bij kinderen kunnen beïnvloeden. De tijdreeksanalyse omvatte 12.603 bezoeken van kinderen aan de spoedeisende hulp in acht ziekenhuizen in Noord-Holland tussen 2016 en 2023. Blootstelling aan luchtvervuiling is een bekende trigger voor piepende ademhalingsstoornissen bij kinderen, zoals acute astma en door virussen veroorzaakte piepende ademhaling, maar er zijn weinig studies die rekening houden met gelijktijdige viruscirculatie. De onderzoekers onderzochten de effecten van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM2.

5), grof stof (PM10) en ozon (O3) op dagelijkse spoedeisendehulpbezoeken voor wheeze-associated disorders (WAD), gecorrigeerd voor seizoen, meteorologische factoren en pollen. Blootstelling aan NO2 en PM2.5 bleken, met een vertraging van drie dagen, geassocieerd met een toename van het aantal bezoeken (NO2: 2,9% toename; PM2.5: 3,6% toename).

Lees verder ›
Obstructieve slaapapneu verslechtert spierkwaliteit bij COPD
LonggeneeskundeObstructieve slaapapneu verslechtert spierkwaliteit bij COPD

Patiënten met COPD en gelijktijdige obstructieve slaapapneu (OSA) hebben een slechtere fysieke functionele capaciteit en een verminderde spierkwaliteit dan patiënten met COPD alleen. Dat blijkt uit een studie waarin ook een duidelijke relatie werd gevonden tussen nachtelijke hypoxie en spierkwaliteit. COPD gaat niet alleen gepaard met progressieve luchtwegobstructie, maar ook met extrapulmonale manifestaties zoals skeletspierdisfunctie, en verlies van spiermassa en -kracht kan het functioneren en de kwaliteit van leven verminderen. Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen komen vaak voor bij COPD en kunnen leiden tot ernstige nachtelijke hypoxemie, vooral bij gelijktijdige OSA, bekend als overlapsyndroom.

In de studie werden 44 patiënten geïncludeerd: 22 met COPD en 22 met COPD en OSA. De deelnemers ondergingen een gestandaardiseerd driedaags evaluatieprotocol met klinische beoordeling, bepaling van de lichaamssamenstelling, longfunctieonderzoek, cardiale evaluatie en slaapmonitoring thuis. Fysieke prestaties werden gemeten met de handknijpkracht en de zesminutenwandeltest (6MWT).

Lees verder ›
Umeclidinium-vilanterol geeft betere uitkomsten bij COPD en is duurzamer
LonggeneeskundeUmeclidinium-vilanterol geeft betere uitkomsten bij COPD en is duurzamer

Een in JAMA Internal Medicine gepubliceerde observationele studie vergeleek eenmaal daagse poederinhalatoren met umeclidinium-vilanterol met andere combinaties van een langwerkende muscarine-antagonist (LAMA) en een langwerkende β2-agonist (LABA) bij COPD. Dubbele bronchusverwijding met een LAMA en een LABA wordt voor de meeste COPD-patienten aanbevolen en is beschikbaar als poederinhalator, dosisaerosol of vernevelaar. Om klinische verschillen binnen deze klasse te onderzoeken werden meer dan 55.000 paren patienten van 40 jaar en ouder die nieuw met LAMA-LABA-therapie begonnen, gematcht in drie cohorten.

Vergeleken werden umeclidinium-vilanterol, tweemaal daagse dosisaerosolen met glycopyrrolate-formoterol en eenmaal daagse vernevelaars met tiotropium-olodaterol. Patienten die met umeclidinium-vilanterol begonnen hadden een 14% lager risico op een eerste matige of ernstige exacerbatie dan bij glycopyrrolate-formoterol en een 3% lager risico dan bij tiotropium-olodaterol. Tiotropium-olodaterol liet een 6% lager risico zien dan glycopyrrolate-formoterol.

Lees verder ›