Alles over één aandoening
Elf dossiers die nieuws, richtlijnen en veelgestelde vragen bij elkaar brengen.
Nederlandse studie: fentanyl noch morfine verlicht persisterende dyspneu bij ernstig COPD
ERS Insights 2026Deze aflevering hoort bij onze serie over ERS 2026 in Barcelona. Bekijk alle afleveringen en de toets.- In een Nederlandse dubbelblinde cross-over studie in tien ziekenhuizen waren fentanyl noch morfine beter dan placebo op de gemiddelde dagelijkse dyspneuscore bij stabiele patiënten met COPD GOLD 3 of 4.
- Ook op de secundaire eindpunten, waaronder gezondheidsstatus, slaapkwaliteit en angst, was er geen verschil. Braken kwam alleen voor onder morfine.
- Belangrijkste beperking is de uitval: een cross-over ontwerp bij een kleine, kwetsbare populatie verliest onderweg patiënten.
- Marlies van Dijk (Nederland), "Fentanyl or Morphine for Persistent Dyspnea in COPD: a multicenter randomized cross-over trial", in sessie 570 "From the editors' desk", een gezamenlijke sessie van de New England Journal of Medicine en de European Respiratory Journal, ERS Congress 2026, Barcelona, 8 september 2026, 15:30 tot 17:00, zaal 3B. Voorzitters James D. Chalmers (ERJ), Darren Taichman (NEJM) en Adam Barczyk. Samengevat uit de opname door de redactie van MediaMed. De publicatiereferentie in de European Respiratory Journal nog aanvullen.
- Richtlijnen: Palliatieve zorg bij COPD, Long Alliantie Nederland en IKNL, 2021, module Opioïden bij COPD. Dyspneu in de palliatieve fase, IKNL, 2015. Beide via palliaweb.nl en richtlijnendatabase.nl.
Veelgestelde vragen
1. Betekent dit dat opioïden bij dyspneu nooit meer zinvol zijn?
Nee. Deze studie ging over stabiele patiënten met ernstig COPD en persisterende dyspneu, niet over de terminale fase. Dat is een andere populatie en een andere vraag.
2. Welke bijwerking viel op?
Braken kwam alleen voor tijdens de morfinebehandeling, niet bij fentanyl of placebo. Statistisch was dat signaal moeilijk hard te maken.
Persisterende dyspneu bij COPD is een van de ongemakkelijkste problemen in de longgeneeskunde. De therapie is optimaal, de patiënt is nog steeds benauwd, en er is weinig over om aan te bieden. In die leegte is laaggedoseerde morfine een gewoonte geworden. Op ERS 2026 presenteerden Nederlandse onderzoekers de studie die die gewoonte toetst.
Het gaat om een investigator-initiated, multicentrische, dubbelblinde, dubbel-dummy cross-over studie met drie armen, uitgevoerd in tien Nederlandse ziekenhuizen. Geïncludeerd werden patiënten met COPD GOLD 3 of 4, dus een FEV1 onder 50 procent van voorspeld, met persisterende dyspneu die door patiënt en behandelaar samen als zodanig werd benoemd, en bij wie de behandelaar had vastgesteld dat de overige therapie al optimaal was. Er waren twee hypothesen: dat morfine en fentanyl effectiever zouden zijn dan placebo, en dat patiënten fentanyl zouden verkiezen boven morfine, omdat een pleister soms prettiger is dan tabletten en er minder maagdarmklachten zouden zijn.
Het primaire eindpunt was de gemiddelde dagelijkse dyspneuscore, door de patiënt zelf bijgehouden in een dagboek op een numerieke schaal van 0 tot 10. Voor de analyse werden alleen dag 7 tot en met 14 gebruikt: na drie dagen wash-out werden de eerste vier behandeldagen bewust weggelaten om overloop tussen de perioden te voorkomen.
Beide hypothesen sneuvelden. Er was geen verschil op het primaire eindpunt en evenmin op de secundaire eindpunten, waaronder de ergste dagelijkse dyspneu, gezondheidsstatus, slaapkwaliteit, angst, mastery en hypercapnie. Braken kwam alleen voor tijdens de morfinebehandeling en niet bij fentanyl of placebo; statistisch was dat signaal moeilijk hard te maken, maar het stond er.
Uit de zaal
De discussiant vatte het klinische gewicht ervan samen:
"Opioids are being used very frequently in patients with severe COPD. And the data here demonstrates that it's very unlikely to be effective in this population. And there were side effects associated with the use of opioids. So this isn't a treatment that's without harm."
Daarbij noemde hij ook eerlijk de belangrijkste beperking: een cross-over ontwerp maakt je kwetsbaar voor uitval, de studie was klein om mee te beginnen, en aan het eind was een aanzienlijk aantal patiënten verloren.
Uit de zaal kwam nog een goede methodologische vraag: waarom werden patiënten met een exacerbatie uitgesloten, terwijl een exacerbatie in feite verergerde dyspneu is? Het antwoord: de symptoomtoename van een exacerbatie kan vier tot zes weken aanhouden, en dat is de hele studieperiode, dus die piek zou de dagelijkse scores over het geheel vertekenen.
Wat dit betekent voor de praktijk
Dit is geen reden om opioïden bij dyspneu overboord te zetten in de terminale fase, want dat is een andere populatie en een andere vraag. Het is wel een reden om terughoudender te zijn bij de stabiele patiënt met ernstig COPD en persisterende dyspneu: daar is de kans op effect klein en de kans op bijwerkingen reëel. En het is een uitstekende aanleiding om bij zo'n patiënt de niet-medicamenteuze route serieuzer te nemen, van longrevalidatie tot ademtechniek en behandeling van angst.
Wat de Nederlandse richtlijn zegt, en waarom dat hier wringt
Dit is de aflevering waar richtlijn en nieuw onderzoek recht tegenover elkaar staan, en dat moet de lezer weten.
De richtlijn Palliatieve zorg bij COPD uit 2021 adviseert bij een MRC-dyspneuscore van 4 of 5, ondanks optimale ziektegerichte en niet-medicamenteuze behandeling, te starten met morfine, direct of vertraagd afgegeven afhankelijk van het beloop over de dag en de voorkeur van de patiënt. De aanbeveling is gegradeerd als 2B. Er staat ook een stopregel bij: bij geen of onvoldoende effect van 30 mg morfine per 24 uur na een week, staken.
Cruciaal: die aanbeveling is niet gekoppeld aan de stervensfase. Het ingangscriterium is ziektelast, niet levensverwachting. De term "stabiele fase" komt in de hele richtlijn niet voor. De oudere richtlijn Dyspneu in de palliatieve fase, uit 2015, adviseert eveneens sterk werkende opioïden, startend met 2 dd 10 mg morfine met vertraagde afgifte bij de opioïdnaïeve patiënt.
De populatie van deze nieuwe studie, stabiele patiënten met COPD GOLD 3 of 4 en persisterende dyspneu ondanks optimale therapie, valt daarmee grotendeels samen met de groep waarvoor de richtlijn morfine adviseert. En juist daar vond de studie geen effect.
Dat is geen reden om de richtlijn vandaag terzijde te schuiven: één studie doet dat nooit, en de uitval in deze studie is een reële beperking. Het is wel reden om bij die individuele patiënt eerlijker te zijn over de kans op succes, en om de stopregel uit de richtlijn serieus toe te passen in plaats van morfine door te laten lopen omdat er niets anders is. Dat de richtlijn zelf een termijn van een week en een duidelijk stopcriterium noemt, maakt dat eenvoudiger dan het lijkt.
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees ook
Elke maand wachten met triple therapie na een exacerbatie kost 11 procent extra cardiovasculair risico
3 min. leestijd
Een patiënt met COPD komt terug van een exacerbatie. Hij knapt op, de prednison is uitgewerkt, en de vraag of zijn onderhoudsmedicatie moet worden uit ...
Inhalatie-treprostinil valt af bij pulmonale hypertensie door COPD
3 min. leestijd
Toen inhalatie-treprostinil werd geregistreerd voor pulmonale hypertensie bij interstitiële longziekte, ontstond een logische verwachting: als een geï ...

