Vroege inzet van ETI bij CF met goede longfunctie varieert sterk
Longartsen in Europa verschillen aanzienlijk in hun beleid rond de vroege inzet van elexacaftor-tezacaftor-ivacaftor (ETI) bij volwassenen met cystische fibrose (CF) en een goede longfunctie. Dat blijkt uit een Europese multicenter survey, die laat zien dat vooral symptomen, microbiologie en beeldvorming de behandelkeuze sturen, terwijl duidelijke richtlijnen ontbreken.
Biologische therapieën hebben de behandeling van CF ingrijpend veranderd. Toch is er nog weinig bewijs voor het gebruik van ETI bij volwassenen met een relatief goede longfunctie (ppFEV₁ > 90%). Om inzicht te krijgen in de klinische besluitvorming rond deze patiëntengroep, voerden onderzoekers een survey uit onder 25 Europese CF-centra.
Grote variatie in behandelbeleid
Van de benaderde centra namen 23 CF-specialisten deel (respons 92%). Een meerderheid (69,6%) gaf aan voorstander te zijn van vroege start van ETI bij alle in aanmerking komende patiënten. Tegelijkertijd blijkt dat behandelkeuzes in de praktijk sterk variëren tussen centra.
De aanwezigheid van respiratoire symptomen werd…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · Inloggen

