Besluitvorming over borstreconstructie na mastectomie voor borstkanker
Patiënten hebben over het algemeen persoonlijke motieven om al dan niet af te zien van een borstreconstructie na mastectomie vanwege borstkanker. Dat blijkt uit een studie van het Albert Schweitzer ziekenhuis en het Erasmus MC.
In de retrospectieve studie werden alle opeenvolgende patiënten die in het Albert Schweitzer ziekenhuis een borstamputatie ondergingen vanwege invasieve borstkanker of ductaal carcinoom in situ (DCIS) geïdentificeerd. In totaal waren dat er 319, van wie 68% geen borstreconstructie onderging. Van de 102 patiënten die wel een borstreconstructie onderging, kreeg de meerderheid (93%) een onmiddellijke en dus geen uitgestelde borstreconstructie.
Vragenlijsten
Deelnemers kregen het verzoek de gevalideerde Breast-Q vragenlijst en een korte enquête over het besluitvormingsproces rond een borstreconstructie in te vullen. Dat deden 155 (49%) patiënten. De niet-reconstructiegroep rapporteerde gemiddeld een slechter psychosociaal welzijn, zowel in vergelijking met de reconstructiegroep als in vergelijking met Nederlandse normwaarden.
De meerderheid van de niet-reconstructiegroep (83%) gaf daarnaast aan geen behoefte te hebben aan…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · Inloggen



