Geen bewijs verhoogd risico op non-Hodgkinlymfoom na Q-koorts

Nederlandse onderzoekers hebben ook in een uitgebreide analyse geen bewijs gevonden voor een verband tussen C. burnetii en non-Hodgkinlymfoom. Ze analyseerden hiervoor gegevens van alle gevallen non-Hodgkinlymfoom en acute Q-koorts na de grote uitbraak van 2007 tot 2010 in Nederland.  Er wordt regelmatig gesuggereerd dat er een oorzakelijk verband tussen Coxiella burnetii – de veroorzaker van Q-koorts – en non-Hodgkinlymfoom is. Wetenschappelijke studies laten echter tegenstrijdig bewijs zien. In een eerdere Franse studie werd de bacterie aangetroffen in weefsels van patiënten met non-Hodgkinlymfoom, waarbij de conclusie luidde dat het lokaal persisteren van C. burnetii zou kunnen leiden tot B-celproliferatie en het ontstaan van non-Hodgkinlymfoom. Onderzoek uit het proefschrift van Sonja van Rooden, medeauteur van deze studie, haalde deze hypothese echter al eerder onderuit: de bacterie wordt ook regelmatig aangetroffen in weefsels van patiënten zonder non-Hodgkinlymfoom. Grootste uitbraak Om een eventueel verband verder uit te sluiten deden de onderzoekers een gedetailleerde analyse van het risico op non-Hodgkinlymfoom na de…

Lees het volledige artikel

Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.

Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · Inloggen

Gerelateerde items

Overleving B-cellymfoom bij kinderen niet beter na chemo-immunotherapie

Overleving B-cellymfoom bij kinderen niet beter na chemo-immunotherapie

Een behandeling met chemo-immunotherapie, die bestaat uit dose-adjusted etoposide, doxorubicine en c ...

Lees meer