Nieuwsbrief · Reumatologie

Reumatologie augustus 2026

In deze uitgave

Gewogen flarescore voorspelt orgaanschade beter bij SLE
ReumatologieGewogen flarescore voorspelt orgaanschade beter bij SLE

Een nieuwe, gewogen flarescore voorspelt orgaanschade bij patiënten met systemische lupus erythematosus (SLE) beter dan de bestaande flare-index. Dat blijkt uit een multicentrische, longitudinale cohortstudie onder 354 SLE-patiënten, met externe validatie in een tweede cohort van 110 patiënten. Flares worden nu ingedeeld met de SELENA-SLEDAI Flare Index (SFI): mild/matig of ernstig. Beide categorieën bleken orgaanschade te voorspellen.

Mild/matige flares gaven 42% meer kans op schade binnen een jaar (incidentieratio 1,42; 95%-BI: 1,07-1,88; p = 0,014). Ernstige flares gaven 54% meer kans (incidentieratio 1,54; 95%-BI: 1,10-2,16; p = 0,012). Toch zegt het label mild/matig of ernstig weinig over hoeveel schade een flare veroorzaakt. Opbouw nieuwe score Onderzoekers keken daarom terug naar de gebeurtenissen tijdens elke flare: kreeg iemand nieuwe orgaanklachten, een hogere glucocorticoïddosis of extra afweeronderdrukkende medicatie?

Lees verder ›
Anti-DFS70-antistoffen sluiten SLE niet betrouwbaar uit
ReumatologieAnti-DFS70-antistoffen sluiten SLE niet betrouwbaar uit

Aanwezigheid van anti-DFS70-antistoffen sluit systemische lupus erythematosus (SLE) niet betrouwbaar uit bij patiënten met een positieve test op antinucleaire antistoffen (ANA). Dat blijkt uit een meta-analyse van 16 studies met 6.092 deelnemers, onder wie 2.427 SLE-patiënten. Anti-DFS70-antistoffen golden als kansrijke uitsluiter omdat ze vaker leken voor te komen bij gezonde mensen, maar latere studies gaven wisselende resultaten. In deze analyse kwamen de antistoffen voor bij 10,1% van de SLE-patiënten (244/2.427; 95%-BI 5,7-14,5%) en bij 5,8% van de gezonde deelnemers (212/3.

665; 95%-BI 2,9-8,7%). Dat verschil was niet statistisch significant. De diagnostische odds ratio kwam uit op 1,04 (95%-BI 0,59-1,85), wat geen onderscheid tussen ziek en gezond aangeeft. De oppervlakte onder de ROC-curve was 0,58 (95%-BI 0,28-0,90), waarmee de testuitslagen grotendeels overlapten. Voor monospecifieke anti-DFS70-antistoffen, waarbij geen andere ANA-specificiteiten aanwezig zijn, lag het beeld anders. Deze werden in 3 van de 16 studies gevonden bij 1.033 deelnemers en kwamen voor bij 0,8% van de SLE-patiënten (3/385) en 6,6% van de gezonde deelnemers (43/648).

Lees verder ›
Bewegen verbetert klachten bij SLE, niet de ziekteactiviteit
ReumatologieBewegen verbetert klachten bij SLE, niet de ziekteactiviteit

Gestructureerde beweeginterventies verbeteren vermoeidheid, functioneren, conditie, stemming en pijn bij patiënten met systemische lupus erythematosus (SLE), maar niet de ziekteactiviteit zelf. Dat blijkt uit de eerste meta-analyse die deze zes kernuitkomsten onderzocht, met 12 gerandomiseerde gecontroleerde trials en 470 patiënten. De onderzoekers doorzochten vier databases tot februari 2025 en includeerden studies bij volwassenen met SLE, waarin aerobe training, krachttraining of een combinatie werd vergeleken met gebruikelijke zorg. Vermoeidheid daalde met Hedges g -0,53 (95%-BI -0,81 tot -0,25; p<0,001) en fysiek functioneren verbeterde met g 0,46 (95%-BI 0,23-0,68; p<0,001).

De aerobe capaciteit nam toe met g 0,47 (95%-BI 0,22-0,71; p<0,001). Depressieve klachten namen af met g -0,36 (95%-BI -0,64 tot -0,09; p=0,01) en pijn met g -0,53 (95%-BI -0,86 tot -0,20; p<0,001). Voor vermoeidheid, functioneren, depressie en pijn beoordeelden de auteurs het bewijs volgens GRADE als matig zeker. Op ziekteactiviteit was er geen significant effect (g 0,18; 95%-BI -0,16 tot 0,51; p=0,30); vrijwel alle deelnemers waren klinisch stabiel.

Lees verder ›
Anifrolumab verlaagt ziekteactiviteit bij SLE in de praktijk
ReumatologieAnifrolumab verlaagt ziekteactiviteit bij SLE in de praktijk

Interferon-alfareceptorblokker anifrolumab laat ook buiten de trialsetting klinische winst zien bij patiënten met systemische lupus erythematosus (SLE). Dat blijkt uit een prospectieve, observationele cohortstudie uit Erlangen en Neurenberg, waarin onderzoekers 20 patiënten met actieve, therapieresistente SLE twaalf maanden lang volgden. De deelnemers kregen anifrolumab 300 mg intraveneus, elke 4 weken, bovenop hun bestaande behandeling. Patiënten met actieve lupusnefritis of hersenbetrokkenheid deden niet mee. Van de 20 patiënten rondden er 17 de volledige follow-up af.

Bij de start scoorden patiënten gemiddeld 11 punten op de SLEDAI-2K (95%-BI: 9-13). Klinische respons Na twaalf maanden was de SLEDAI-2K gedaald naar 3,1 (95%-BI: 1,1-5,1; p < 0,001), een forse afname. Bijna twee derde van de patiënten (64,7%) behaalde een SLE Responder Index-4 (SRI-4, een afname van minstens vier punten op de SLEDAI), ook wanneer eerder gestopte patiënten als non-responder meetelden. Van de 17 patiënten haalde 86% een lage ziekteactiviteit (LLDAS).

Lees verder ›
Enpatoran verlaagt ziekteactiviteit bij SLE, dosis-effect blijft uit
ReumatologieEnpatoran verlaagt ziekteactiviteit bij SLE, dosis-effect blijft uit

De orale TLR7/8-remmer enpatoran verlaagt de ziekteactiviteit bij systemische lupus erythematosus (SLE), maar het gehoopte dosis-effect bleef uit. Dat blijkt uit WILLOW-cohort B, een fase 2, gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie bij 353 patiënten met matig tot ernstig actieve SLE. Deelnemers kregen naast standaardbehandeling tweemaal daags 25, 50 of 100 mg enpatoran of placebo. Het primaire eindpunt was een dosis-effectrelatie voor BICLA-respons na 24 weken, maar die relatie bleef uit (p=0,14).

De respons steeg wel ten opzichte van placebo (39%): naar 58% bij 25 mg, 49% bij 50 mg en 49% bij 100 mg. Bij patiënten die bij start minstens 10 mg prednison per dag gebruikten, gold een strenger gecombineerd doel van klinisch verbeteren én afbouwen naar 5 mg of minder; hieraan voldeden meer patiënten met enpatoran dan met placebo, het duidelijkst bij 25 mg (59% versus 31%; OR 3,3; 95%-BI 1,3-8,2; p=0,0056). Lage ziekteactiviteit (LLDAS) kwam vaker voor, vooral bij 50 mg (43% versus 25%; p=0,0039). Deze secundaire uitkomsten zijn nominaal getoetst.

Lees verder ›
Prolactine hoog, androgenen laag bij SLE (lupus)
ReumatologieProlactine hoog, androgenen laag bij SLE (lupus)

Prolactine is verhoogd en androgenen zijn verlaagd bij patiënten met systemische lupus erythematosus (SLE), terwijl het bewijs voor de meeste andere hormonen zwak blijft. Dat blijkt uit een systematische review met meta-analyse van 83 studies, met 5.389 deelnemers in de vergelijking met gezonde controles. SLE treft vrouwen bijna negen keer vaker dan mannen, wat het vermoeden van een hormonale rol voedt; prolactineverlagers zoals bromocriptine verminderden eerder al de ziekteactiviteit ten opzichte van placebo.

Prolactine was consistent hoger bij SLE, met een gemiddeld verschil van 8,07 ng/mL (95%-BI 4,69-11,45; p<0,001; 36 studies). Androgenen waren juist lager: DHEA-S daalde met -1,00 µg/mL (95%-BI -1,50 tot -0,50; p=0,002) en totaaltestosteron met -0,20 ng/mL (95%-BI -0,33 tot -0,07; p=0,004). Deze bevindingen kregen volgens het GRADE-systeem de laagst mogelijke bewijskracht, doordat de studies sterk verschilden. Oestradiol verschilde niet significant, maar was wel hoger bij vrouwen met actieve ziekte (8,55 pg/mL; 95%-BI 1,37-15,73; p=0,03); na uitsluiting van studies met vertekeningsrisico verdween dat verschil.

Lees verder ›