Nieuwsbrief · Reumatologie

Reumatologie februari 2026

In deze uitgave

Vagusstimulatie vermindert ziekteactiviteit bij therapieresistente RA
ReumatologieVagusstimulatie vermindert ziekteactiviteit bij therapieresistente RA

De RESET-RA-studie onderzocht gerichte stimulatie van de nervus vagus bij patienten met moeilijk behandelbare reumatoide artritis (RA). Het betrof een multicenter, gerandomiseerde, dubbelblinde, sham-gecontroleerde trial met 242 patienten in de intention-to-treatanalyse. In totaal werden 405 patienten gescreend. Alle deelnemers hadden matig tot ernstig actieve RA en onvoldoende respons op of intolerantie voor ten minste een biologisch of targeted synthetic DMARD.

De gemiddelde ziekteduur was 12,4 jaar, meer dan 60% had meerdere eerdere b/tsDMARDs gefaald en 43% voldeed aan de criteria voor difficult-to-treat RA. Na implantatie van het neuromodulatiesysteem werden patienten 1:1 gerandomiseerd naar dagelijkse actieve stimulatie of sham gedurende drie maanden, bovenop stabiele achtergrondtherapie, meestal methotrexaat. Het primaire eindpunt ACR20 na drie maanden werd behaald: 35,2% in de stimulatiegroep versus 24,2% in de shamgroep (verschil 11,8%; p = 0,0209). Een EULAR good/moderate-respons trad op bij 60,7% versus 41,7% en lage ziekteactiviteit of remissie volgens DAS28-CRP bij 26,1% versus 15,4%.

Lees verder ›
Persoonlijke benadering cruciaal bij werkinterventie RA en axSpA
ReumatologiePersoonlijke benadering cruciaal bij werkinterventie RA en axSpA

Een Nederlandse kwalitatieve procesevaluatie onderzocht hoe patienten met reumatoide artritis (RA) en axiale spondyloartritis (axSpA) een werkgerichte, door een fysiotherapeut geleide interventie ervaren. De evaluatie vond plaats binnen de gerandomiseerde gecontroleerde trial Physiotherapy WORKs, waarin deze interventie werd vergeleken met gebruikelijke zorg bij werkenden met een verminderde arbeidscapaciteit. Voor de procesevaluatie werden tien deelnemers uit de interventiegroep geinterviewd met semigestructureerde interviews en een vaste topiclijst. Uit de analyse kwamen drie thema's naar voren.

Ten eerste rapporteerden deelnemers meer inzicht in hun klachten en in de balans tussen belasting en belastbaarheid; zij ontwikkelden meer regie, pasten geleerde strategieen toe op de werkvloer en ervoeren verbetering in fysiek functioneren en meer vertrouwen. Ten tweede benadrukten deelnemers het belang van maatwerk. Zij voelden zich gehoord en serieus genomen, en het vertrouwen in de deskundigheid van de fysiotherapeut versterkte hun motivatie en betrokkenheid. De gerichte aandacht voor concrete werksituaties werd als praktisch en toepasbaar ervaren.

Lees verder ›
Correctie bevestigt significante daling levervet in Plants for Joints-analyse
ReumatologieCorrectie bevestigt significante daling levervet in Plants for Joints-analyse

Een corrigendum bij de secundaire analyse van de Nederlandse Plants for Joints-RCT verduidelijkt dat de gerapporteerde daling in levervet wel statistisch significant is. In het abstract van het oorspronkelijke artikel was het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de verandering in hepatocellulaire lipiden foutief weergegeven als −9,9 tot 3,0%. Volgens het corrigendum had de bovengrens −3,0% moeten zijn, waarmee het juiste interval −6,5% (95%-BI −9,9 tot −3,0) luidt. Het volledige interval ligt daarmee onder nul en bevestigt een significante reductie van het levervet.

De secundaire analyse includeerde deelnemers met metabool syndroom-geassocieerde artrose (MSOA), die gedurende 16 weken een multidisciplinaire leefstijlinterventie gericht op plantaardige voeding, beweging en gedragsverandering volgden, vergeleken met gebruikelijke zorg. Lichaamssamenstelling werd gemeten met DXA en in een subgroep met MRI. In de MRI-subgroep (n=32) daalde het mediane levervetpercentage in de interventiegroep van 7,1% naar 2,2%, waarmee het gemiddelde onder de gangbare afkapwaarde van 5% voor non-alcoholische leververvetting kwam.

Lees verder ›
Aquatische rekoefeningen verbeteren ziekteactiviteit en functie bij AS
ReumatologieAquatische rekoefeningen verbeteren ziekteactiviteit en functie bij AS

Een systematische review met netwerk meta-analyse onderzocht het effect van oefeninterventies bij patienten met ankyloserende spondylitis (AS). De analyse omvatte 48 studies, waaronder 41 gerandomiseerde en 7 niet-gerandomiseerde, met in totaal 3.140 patienten, en vergeleek zes typen oefeninterventies. De belangrijkste uitkomstmaten waren BASDAI (ziekteactiviteit), BASFI (functioneren), BASMI (mobiliteit) en ASQoL (kwaliteit van leven), waarbij de relatieve effectiviteit werd gerangschikt met SUCRA-scores.

Alle onderzochte interventies lieten ten opzichte van controlecondities klinisch relevante verbeteringen zien. Voor ziekteactiviteit gaf aquatische rekoefening (ASE) de grootste afname (−1,42; SUCRA 85,5%), gevolgd door aerobe landtraining en landtraining met rekoefeningen. Voor functioneren was het effect van ASE nog duidelijker (−1,74; SUCRA 99,6%), met ook significante effecten van aquatische aerobe training, aerobe landtraining en spiertraining. Voor mobiliteit scoorden China Health Campaign-oefeningen zoals tai chi het hoogst (−1,15; SUCRA 78,7%), gevolgd door aquatische rekoefeningen en aerobe landtraining.

Lees verder ›
Re-integratie-interventie bij RA en axSpA niet effectiever, wél goedkoper
ReumatologieRe-integratie-interventie bij RA en axSpA niet effectiever, wél goedkoper

Een Nederlandse gerandomiseerde gecontroleerde trial onderzocht een fysiotherapeutische werkinterventie bij 140 werkenden met reumatoide artritis (RA) of axiale spondyloartritis (axSpA) die een verminderde werkcapaciteit ervoeren. De deelnemers werden willekeurig toegewezen aan een interventiegroep of een controlegroep. De interventiegroep kreeg een multimodale, door een fysiotherapeut geleide behandeling van twaalf maanden, gericht op werkgerelateerde vaardigheden en belastbaarheid; de controlegroep kreeg gebruikelijke zorg. De werkuitkomsten werden een jaar gevolgd. De primaire uitkomstmaat was het werkvermogen, gemeten met de Work Ability Index Single-item Scale (WAS).

Na twaalf maanden was het verschil tussen beide groepen niet statistisch significant (gemiddeld verschil 0,40; 95%-BI −0,22 tot 1,01). Ook op andere werk- en ziektegerelateerde uitkomsten, zoals verzuim en productiviteit, was geen duidelijk effect zichtbaar. Op het vlak van kosteneffectiviteit scoorde de interventie wel beter. De kwaliteit van leven, uitgedrukt in QALY's, was iets hoger in de interventiegroep (verschil 0,05). De interventie kostte gemiddeld €395 per deelnemer, met een hoge therapietrouw.

Lees verder ›
Minder NSAID’s en glucocorticoïden nodig met ivarmacitinib
ReumatologieMinder NSAID’s en glucocorticoïden nodig met ivarmacitinib

Een post-hocanalyse van een fase III-trial onderzocht of behandeling met ivarmacitinib de behoefte aan aanvullende medicatie vermindert bij patienten met matig tot ernstige reumatoide artritis (RA). Het onderzoek includeerde 566 RA-patienten met een onvoldoende respons op csDMARD's. Zij kregen gedurende 24 weken eenmaal daags ivarmacitinib 4 mg of 8 mg of placebo; na deze periode stapten de placebopatienten over op ivarmacitinib 4 mg, met een totale behandelduur van 52 weken. Doel was te bepalen of ivarmacitinib de noodzaak tot toevoegen of ophogen van RA-medicatie verminderde, waaronder csDMARD's, NSAID's, glucocorticoiden en andere immunosuppressiva.

In de eerste 24 weken kreeg 22,3% van de placebogroep extra of hogere doseringen medicatie, tegenover 7,4% bij 4 mg en 5,3% bij 8 mg (beide p < 0,001). Vooral het toevoegen of ophogen van orale glucocorticoiden en NSAID's kwam minder vaak voor. Voor glucocorticoiden ging het om respectievelijk 5,9%, 1,1% en 0,5%, en voor NSAID's om 20,2%, 6,9% en 4,2%. Bij andere middelen, zoals csDMARD's of intraveneuze corticosteroiden, werden geen significante verschillen gezien.

Lees verder ›
Succesvol stoppen met prednisolon na kortdurende overbrugging bij nieuwe RA-patiënten
ReumatologieSuccesvol stoppen met prednisolon na kortdurende overbrugging bij nieuwe RA-patiënten

De Noorse ARCTIC-studie onderzocht in welke mate patienten met recent gediagnosticeerde reumatoide artritis (RA) prednisolon kunnen afbouwen en stoppen na kortdurende overbruggingstherapie. Glucocorticoiden worden bij vroege RA vaak gebruikt als overbrugging bij de start van disease-modifying antirheumatic drugs (DMARDs), omdat ze de symptomen snel onderdrukken voordat de DMARD's volledig werkzaam zijn. Vanwege risico's bij langdurig gebruik, zoals verhoogde mortaliteit, cardiovasculaire events en osteoporose, adviseert EULAR glucocorticoiden maximaal drie maanden te gebruiken. In de studie werden gedurende twee jaar 230 patienten gevolgd die nog geen DMARDs hadden gebruikt en begonnen met methotrexaatmonotherapie gecombineerd met prednisolon als overbrugging.

De prednisolondosis werd in zeven weken afgebouwd van 15 mg naar 0 mg. Succesvol afbouwen werd gedefinieerd als geen prednisolongebruik gedurende ten minste vier maanden na het einde van de overbruggingstherapie. Na de overbruggingsperiode van zeven weken was 84% gestopt met prednisolon, 89% binnen drie maanden en 95% binnen 24 maanden. Slechts 5% gebruikte prednisolon gedurende de gehele follow-up.

Lees verder ›
Oefenprogramma cruciaal in GLI bij knieartrose met overgewicht
ReumatologieOefenprogramma cruciaal in GLI bij knieartrose met overgewicht

Een Nederlandse kwalitatieve studie onderzocht de implementatie van een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) bij patienten met knieartrose en overgewicht in de eerstelijnszorg. Sinds 2019 kunnen deze patienten in Nederland via de huisarts worden doorverwezen naar een uit de basisverzekering vergoede GLI, gericht op gezonde voeding, meer fysieke activiteit en gewichtsverlies. Voor het onderzoek werden semigestructureerde interviews afgenomen bij 23 patienten en 16 zorgverleners, waaronder huisartsen en leefstijlcoaches uit de regio Rotterdam.

Belangrijke faciliterende factoren waren inzicht in het nut van de interventie, sterke sociale steun en een goede relatie tussen deelnemer en coach. Tegelijkertijd werden verschillende barrieres geidentificeerd: het ontbreken van een oefenprogramma, financiele beperkingen die deelname bemoeilijken, scepsis bij huisartsen over de kwaliteit van de zorg, beperkte kennis van leefstijlcoaches over de specifieke behoeften van patienten met knieartrose en de uitdaging om het programma af te stemmen op het uiteenlopende kennisniveau en de gezondheidsvaardigheden van deelnemers.

Lees verder ›