EULAR 2020: Video 1 met dr. Floris van Gaalen LUMC
Bij patiënten met ANCA-geassocieerde vasculitis (AAV) die rituximab of cyclofosfamide/azathioprine kregen, resulteerde de behandeling met avacopan even vaak in een remissie in week 26 als behandeling met prednison. Bij gebruik van avacopan hield de remissie wel vaker aan. Bovendien nam de glucocorticoïd-gerelateerde toxiciteit af. Het bijwerkingenprofiel van avacopan lijkt acceptabel.
Het complementfragment C5a is sterk verbonden met de pathogenese van AAV. Avacopan (studienaam: CCX168) is een oraal toegediende selectieve antagonist van de C5a-receptor (C5aR), die de door C5a geïnduceerde celactivering blokkeert.
Twee eerdere fase II-trials toonden dat avacopan effectief is bij AAV. Door deze behandeling was met mogelijk om het uitgebreide gebruik van glucocorticoïden en de daaraan gerelateerde toxiciteit te verminderen.
Even vaak remissie in week 26
In de huidige fase III-studie kregen 330 patiënten willekeurig prednison of avacopan in combinatie met ofwel cyclofosfamide (oraal of intraveneus) gevolgd door azathioprine of ofwel rituximab (vier intraveneuze infusies).
In week 26 had 72,3% van de patiënten in de avacopan-groep en 70,1% in de prednison-groep een remissie…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees meer over:




