EULAR 2020: Sequentiële weefselrespons door DMARDs bij artritis
Een onderzoek van het LUMC en Erasmus MC biedt extra kennis over de behandelrespons van DMARDs op weefselniveau. De mate van synovitis, osteïtis en tenosynovitis namen achtereenvolgens af in de loop der tijd. De respons was afhankelijk van de ACPA-status, wat wijst op verschillende interacties van het synovium en bot bij deze patiënten.
In het afgelopen decennium zijn we dankzij de komst van geavanceerde beeldvormende technieken meer te weten gekomen over de weefsels die aangedaan raken bij reumatoïde artritis (RA). Niet alleen de gewrichten, maar ook de botten en pezen kunnen ten tijde van de diagnose ontstoken zijn. Het is echter niet bekend in welke volgorde deze inflammatoire verschijnselen afnemen na het starten van DMARDs. Ook is onbekend of de weefselrespons verschilt tussen ACPA-positieve en ACPA-negatieve patiënten.
Respons op DMARDs
In deze studie zijn beide kennishiaten nader onderzocht bij 216 opeenvolgende patiënten met vroege ongedifferentieerde artritis of RA, die behandeld werden met een DMARD. Bij evaluatie van de MRI-scan werd onderscheid gemaakt tussen twee typen patronen:
Gelijktijdig patroon, waarbij de verandering in een inflammatoir…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees meer over:




