Weinig nut klinische bevindingen bij opsporen van lentigo maligna melanoom
Het markeren van verdachte gebieden is niet zinvol bij het opsporen van lentigo maligna melanoom bij patiënten met bewezen lentigo maligna. Dat concluderen onderzoekers van het Erasmus MC in the Journal of the European Academy of Dermatology and Venereology.
Lentigo maligna (LM) is het meest voorkomende subtype van melanoom in situ en de voorloper van lentigo maligna melanoom (LMM), dat 4 tot 15% van alle huidmelanomen uitmaakt. Een volledige chirurgische (gefaseerde) excisie is de beste behandeling bij LM die is bewezen door biopsie, aangezien dit histologisch onderzoek van de laesie mogelijk maakt. Dit maakt het mogelijk onderscheid te maken tussen LM en LMM.
Verdachte gebieden markeren
Bij de histologische beoordeling van huidexcisies worden meestal verticale secties met regelmatige tussenruimten onderzocht, maar wordt uiteindelijk slechts 2 tot 3% van het materiaal onderzocht. Het kan dus voorkomen dat de diagnose wordt gemist. Critici opperen daarom dat dermatologen verdachte gebieden aangeven voor begeleid histologisch onderzoek, om zo de kans op de diagnose LMM te vergroten. De volgende dermoscopische criteria zijn aanwijzingen…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees meer over:




