Slechtere overleving nodulair melanoom door neiging tot metastasering
Immuuncheckpoint-inhibitors zijn bij gevorderd nodulair melanoom even effectief als bij oppervlakkig verspreidend melanoom, blijkt uit Nederlands onderzoek. De slechtere overleving van nodulair melanoom wordt voornamelijk veroorzaakt door de grotere neiging tot metastasering.
De twee belangrijkste histologische subtypen van melanoom zijn oppervlakkig verspreidend melanoom (SSM), dat 70% van de gevallen beslaat, gevolgd door nodulair melanoom (NM) dat verantwoordelijk is voor ongeveer 20% van de gevallen. Nodulair melanoom (NM) wordt geassocieerd met een hoger locoregionaal en recidiefpercentage op afstand in vergelijking met oppervlakkig verspreidend melanoom (SSM).
Mutatiesnelheid
In het afgelopen decennium heeft de komst van immuuncheckpoint-inhibitors en targeted therapie een revolutie teweeggebracht in het behandelingslandschap van gemetastaseerd melanoom. De werkzaamheid van immunotherapie zou lager moeten zijn bij patiënten met melanoomtypen met een lagere mutatiesnelheid, en effectiever bij melanoomtypen met een hogere mutatiesnelheid. Toch is tot op heden onduidelijkheid over de werkzaamheid van deze systemische behandelingen bij het primaire histologische subtype…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees meer over:




