Onderdrukken auto-immuniteit bij RA kan zorgen voor botherstel
De concentratie anti-citrullinated protein antibodies is bij patiënten met reumatoïde artritis niet direct gecorreleerd met markers voor botafbraak en matig gecorreleerd met markers voor botaanmaak. Dit laatste wijst er mogelijk op dat de botvorming zich herstelt tijdens het onderdrukken van de auto-immuniteit.
Reumatoïde artritis (RA) is geassocieerd met botverlies en een risico op fracturen als gevolg van osteoporose. Zowel inflammatie als auto-immuniteit bij RA zijn van invloed op dit botverlies. Anti-citrullinated protein antibodies (ACPA’s) zijn via verschillende pathways in staat dit botverlies te veroorzaken, maar ook te zorgen voor botaanmaak. En hoewel behandelaars met de DAS28 inflammatie kunnen beoordelen, ontbreekt bij deze uitkomstmaat de mogelijkheid auto-immuniteit te meten en daarmee ook de mate van botverlies als gevolg van auto-immuniteit.
Markers voor botturnover
Om alsnog de mate van auto-immuniteit te meten, worden markers voor botturnover gebruikt, waaronder C-terminal cross-linking telopeptide of type I collagen (CTX-1) als een marker voor botafbraak en N-terminal pro-peptide of type 1 procollagen (P1NP) als…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees meer over:




