Seronegatieve RA-patiënten hebben een ander fenotype dan seropositieve patiënten
Het fenotype van patiënten met reumatoïde artritis verschilt op basis van hun ACPA- en RF-status. Seronegatieve patiënten ontwikkelen reumatoïde artritis vaker later in hun leven en seropositieve patiënten hebben meer gewrichtsschade. Dat blijkt uit een cross-sectionele studie.
De classificatie van RA gebeurt onder andere op basis van seropositiviteit voor reumafactor (RF) en anti-citrullinated protein antibodies (ACPA). Hoewel seronegatieve reumatoïde artritis (RA) in presentatie en klinisch beloop minder ernstig lijkt te zijn dan seropositieve RA, zijn studies hier niet eenduidig over. Onderzoekers analyseerden daarom met behulp van een observationele, cross-sectionele studie of patiënten met seronegatieve RA klinisch en echografisch minder ernstige ziekte hebben dan patiënten met seropositieve RA.
Jonger bij aanvang
De onderzoekers includeerden 85 seropositieve en 29 seronegatieve RA-patiënten. Zij vonden dat seropositieve patiënten jonger waren bij aanvang van de ziekte dan seronegatieve patiënten (43 vs. 54 jaar; p=0,001). Ook gebruikten seropositieve patiënten vaker sulfasalazine (47 vs. 17%; p=0,004) en glucocorticoïden (36 vs. 10%; p=0,007). De…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · Inloggen



