Nieuwsbrief · Longgeneeskunde

Longgeneeskunde januari 2026

In deze uitgave

Antibioticagebruik in eerste levensweek verhoogt risico op astma niet
LonggeneeskundeAntibioticagebruik in eerste levensweek verhoogt risico op astma niet

Een follow-upstudie van het Nederlandse INCA-cohort onderzocht of antibioticabehandeling in de eerste levensweek samenhangt met atopische aandoeningen op schoolleeftijd. Het cohort bestaat uit 436 kinderen die tussen 2012 en 2015 werden geboren in vier Nederlandse ziekenhuizen; 151 pasgeborenen kregen intraveneuze antibiotica vanwege vermoedelijke sepsis en 285 kinderen kregen geen antibiotica. Dysbiose in de vroege kinderjaren wordt in verband gebracht met de ontwikkeling van atopische aandoeningen, en in de INCA-studie was antibioticabehandeling eerder al geassocieerd met piepende ademhaling op 1-jarige leeftijd en voedselallergieen op 4- tot 6-jarige leeftijd. Deze vervolgstudie onderzocht of de verbanden aanhouden op 9- tot 12-jarige leeftijd.

Voedselallergieen bleken op die leeftijd significant vaker aanwezig bij kinderen die in de eerste levensweek antibiotica hadden gekregen, zowel op basis van ouderrapportage (OR 3,52) als via bevestigde tests (OR 6,6). Er was geen significant verschil in de prevalentie van astma (OR 0,73) of inhalatieallergieen (OR 1,03) tussen de twee groepen. Daarnaast kregen kinderen in de antibioticagroep vaker een algemene allergiediagnose van de huisarts (OR 3,0).

Lees verder ›
Chronisch gebruik maagzuurremmers verhoogt exacerbatierisico bij obstructieve longaandoeningen
LonggeneeskundeChronisch gebruik maagzuurremmers verhoogt exacerbatierisico bij obstructieve longaandoeningen

Een grootschalige Belgische analyse onderzocht het verband tussen chronisch gebruik van protonpompremmers (PPI's) en exacerbaties bij patienten met obstructieve luchtwegaandoeningen. De analyse omvatte 932.135 volwassen patienten die tussen 2017 en 2022 langdurige medicatie voor obstructieve luchtwegaandoeningen gebruikten. Gastro-oesofageale refluxziekte (GERD) is een veelvoorkomende comorbiditeit bij zowel COPD als astma en kan naast typische klachten ook extra-oesofageale symptomen geven, zoals chronische hoest, piepende ademhaling en keelpijn.

Voor GERD geldt een kuur van 4 tot 8 weken met een PPI als eerstelijnsbehandeling, maar PPI's worden vaak te veel voorgeschreven; ongeveer de helft van het gebruik wordt als ongepast beschouwd. Bijna de helft van de patienten (44,6%) gebruikte PPI's. Na correctie voor onder meer leeftijd, geslacht, rookstatus, sociaaleconomische status, eerdere exacerbaties, gebruik van kortwerkende bronchodilatoren, kwetsbaarheid en comorbiditeiten bleek PPI-gebruik geassocieerd met een verhoogd risico op exacerbaties (HR 1,18).

Lees verder ›
Luchtwegobstructie al frequent bij jongvolwassenen in Europa
LonggeneeskundeLuchtwegobstructie al frequent bij jongvolwassenen in Europa

Een grote Europese studie binnen de Chronic Airway Diseases Early Stratification (CADSET)-samenwerking onderzocht luchtwegobstructie bij jongvolwassenen. Uit de resultaten blijkt dat tot 8% van de 20- tot 40-jarigen al tekenen van luchtwegobstructie heeft, vaker dan tot nu toe werd aangenomen. Jongvolwassenen met luchtwegobstructie lijken een groter risico te lopen om later COPD te ontwikkelen, en nieuw bewijs suggereert dat COPD zijn oorsprong vindt in de vroege levensjaren. De onderzoekers analyseerden luchtwegobstructie met twee gangbare spirometrische criteria: een pre-bronchodilatatie FEV₁/FVC-ratio lager dan 0,70 en een FEV₁/FVC onder de lower limit of normal (LLN). Zij gebruikten gegevens van 48.

612 deelnemers uit acht populatiegebaseerde Europese cohorten. De prevalentie van luchtwegobstructie nam toe met de leeftijd. Op basis van de vaste ratio steeg deze van 2,3% bij 20- tot 24-jarigen naar 6,3% bij 35- tot 39-jarigen; met de LLN-definitie lagen de percentages hoger, namelijk 7,3% en 8,3%. Obstructie kwam vaker voor bij mannen dan bij vrouwen (8,8% versus 7,5%) en vaker bij ooit-rokers dan bij nooit-rokers (9,0% versus 6,9%).

Lees verder ›
Geen voordeel voor adjuvant durvalumab bij vroegstadium NSCLC
LonggeneeskundeGeen voordeel voor adjuvant durvalumab bij vroegstadium NSCLC

Adjuvante behandeling met durvalumab verbetert de ziektevrije overleving bij patiënten met volledig gereseceerd vroegstadium niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) niet. Dat blijkt uit de Canadese fase III-studie BR.31, waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in Journal of Clinical Oncology.1 De resultaten staan haaks op eerdere positieve studies met adjuvante immunotherapie. Adjuvante immunotherapie liet in eerdere fase III-studies bij volledig gereseceerd NSCLC een verbetering van de ziektevrije overleving (DFS) zien, zij het met uiteenlopende resultaten afhankelijk van studieopzet en patiëntsubgroep.2 Tegen deze achtergrond onderzocht de Canadian Cancer Trials Group in de BR.

31-studie de effectiviteit van adjuvant durvalumab bij patiënten met vroegstadium NSCLC na complete resectie. Primaire analyse In de BR.31-studie werden 1.415 patiënten met volledig gereseceerd stadium IB (≥ 4 cm) tot IIIA NSCLC geïncludeerd. Na chirurgie, met of zonder adjuvante chemotherapie, werden deelnemers 2:1 gerandomiseerd naar durvalumab (20 mg/kg elke 4 weken gedurende 12 cycli) of placebo.

Lees verder ›
Overgewicht vergroot ziektelast bij COPD
LonggeneeskundeOvergewicht vergroot ziektelast bij COPD

De Duitse COSYCONET-cohortstudie onderzocht de samenhang tussen overgewicht en obesitas en de ziektelast bij patienten met COPD. De onderzoekers analyseerden herhaalde metingen bij 2.478 COPD-patienten, verdeeld over meerdere follow-upbezoeken. BMI werd ingedeeld in drie categorieen: lager dan 25 kg/m², 25 tot 30 kg/m² en 30 kg/m² of hoger. Als uitkomstmaten werden onder andere de mMRC-dyspneuschaal, de COPD Assessment Test (CAT) inclusief de dyspneuvraag, de St George's Respiratory Questionnaire (SGRQ) en de EQ-5D-VAS gebruikt.

De analyses werden gecorrigeerd voor factoren zoals luchtwegobstructie, hyperinflatie, air trapping, diffusiecapaciteit (DLCO) en exacerbatiegeschiedenis. Patienten met een hogere BMI scoorden significant slechter op meerdere symptoom- en kwaliteit-van-levenuitkomsten. Zowel overgewicht als obesitas ging samen met hogere scores op mMRC, CAT-totaal, CAT-dyspneu, SGRQ-totaal en de SGRQ-domeinen Activity en Impact, evenals met een lagere EQ-5D-VAS. Hoe hoger de BMI, hoe groter de symptoomlast. De aanwezigheid van een PRISm-patroon (preserved ratio impaired spirometry) bleek geen invloed te hebben op de relatie tussen BMI en symptomen.

Lees verder ›
App Luchtbrug vermindert routine- en spoedzorg bij kinderen met astma
LonggeneeskundeApp Luchtbrug vermindert routine- en spoedzorg bij kinderen met astma

Een multicenter cohortonderzoek in zes Nederlandse ziekenhuizen onderzocht het effect van de digitale app Luchtbrug bij kinderen met astma over de periode 2017 tot 2023. Met de app, ontwikkeld door onderzoekers van het Radboudumc, kunnen kinderen hun klachten bijhouden en zien wanneer ze welke medicatie moeten innemen. De app waarschuwt het ziekenhuis wanneer de symptomen verergeren, zodat artsen of verpleegkundigen contact kunnen opnemen en de behandeling kunnen aanpassen. De voordelen van de app waren eerder al aangetoond in een gecontroleerde studie; omdat de app inmiddels enkele jaren in de reguliere zorg wordt gebruikt, konden nu real-world data worden geanalyseerd. In de cohortstudie werden 2.

526 kinderen van 6 tot 18 jaar geincludeerd met minimaal twee jaar follow-up, van wie 1.372 kinderen (54,2%) de app gebruikten. Het mediane aantal jaarlijkse polikliniekbezoeken lag 0,65 lager in de groep die de app gebruikte (p < 0,001). Daarnaast was gebruik van de app geassocieerd met een lager risico op spoedbezoeken (IRR 0,52) en ziekenhuisopnames (IRR 0,43), en werd een afname van 9,4 polikliniekbezoeken per 100 kinderen per jaar gevonden.

Lees verder ›
Fysieke activiteit blijkt sleutel tegen vermoeidheid bij COPD
LonggeneeskundeFysieke activiteit blijkt sleutel tegen vermoeidheid bij COPD

Vermoeidheid bij patiënten met chronische obstructieve longziekte (COPD) blijkt niet alleen wijdverbreid en complex, maar ook een belangrijke voorspeller van kwaliteit van leven en dyspneu op langere termijn. Dat blijkt uit een Nederlandse longitudinale studie. Vermoeidheid is een veelvoorkomend symptoom van COPD dat grote impact op de gezondheid en kwaliteit van leven van patiënten kan hebben. Er is echter nog veel onduidelijk over de onderliggende mechanismen en verbanden met fysieke, psychologische, gedragsmatige en andere gezondheidsfactoren.

Deze studie onderzocht daarom de longitudinale verbanden tussen vermoeidheid en bovengenoemde factoren bij 247 COPD-patiënten over een periode van één jaar. Bij aanvang rapporteerde meer dan de helft (53%) ernstige vermoeidheid, een prevalentie die na een jaar onveranderd was. De onderzoekers bestudeerden daarna de relaties tussen vermoeidheid, fysieke activiteit, dyspneu, emotionele belasting door dyspneu en gezondheid-gerelateerde kwaliteit van leven. Fysieke activiteit bleek de enige directe voorspeller van verminderde vermoeidheid.

Lees verder ›
Piekdosis corticosteroïden gekoppeld aan slechtere overleving NSCLC
LonggeneeskundePiekdosis corticosteroïden gekoppeld aan slechtere overleving NSCLC

Een internationale retrospectieve studie onderzocht het verband tussen hoge piekdoses corticosteroiden bij immuungerelateerde bijwerkingen (irAE's) en de overleving van patienten met stadium IV niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) die worden behandeld met immuuncheckpointremmers (ICI's). Behandeling met ICI's is de standaard bij gevorderd NSCLC, maar de immuunactivering kan leiden tot irAE's. Milde bijwerkingen worden vaak behandeld door de ICI tijdelijk te onderbreken en soms met corticosteroiden, terwijl bij irAE's van graad 3 of hoger doorgaans permanente staking en hoge doses corticosteroiden (1 tot 2 mg/kg prednisolon) worden aanbevolen, gevolgd door afbouw.

Bij steroidresistente of steroidafhankelijke irAE's kan tweedelijns immunosuppressie worden ingezet. In de studie werden 419 patienten uit 17 ziekenhuizen in acht landen opgenomen die tussen 2015 en 2022 met ICI's werden behandeld. Van hen kregen 339 patienten (81%) alleen corticosteroiden en 80 patienten (19%) ook tweedelijns immunosuppressiva.

Lees verder ›