Identificatie spirometrie-fenotypes helpt bij toewijzen interventies
Een studie identificeerde fenotypes in de spirometriepatronen over een gehele levensloop, van kinderleeftijd tot aan middelbare leeftijd. De gemengde en obstructieve fenotypes passen mogelijk bij patiënten die baat kunnen hebben van vroege COPD-interventies.
Daar waar toenemend bewijs is dat COPD mogelijk al ontstaat uit een slechtere longfunctie op de kinderleeftijd, is er ook steeds meer interesse in de levensloop van spirometrie. Nog niet eerder werd een onderzoek gedaan naar levenslange spirometriepatronen bij zowel obstructieve als restrictieve afwijkingen.
Levensloop studie
Onderzoekers bestudeerden data van spirometrie gemeten op de leeftijden van 7,13,18,45,50 en 53 jaar bij 2422 patiënten die eerder deelnamen aan de Tasmanian Longitudinal Health Study. Uit deze database identificeerden de onderzoekers zes unieke FEV1/FVC-patronen en vijf FVC-patronen. Uit deze patronen identificeerden zij vier levenslooppatronen van obstructie of van restrictie, die zij vervolgens vergeleken met data van statische longvolumemetingen en gaswisseling.
Viertal fenotypes
De viertal fenotypes noemden zij: obstructief (alleen een laag…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · InloggenLees meer over:




