Negatief effect van immunosuppressiva op respons SARS-CoV-2-mRNA-vaccin
Patiënten met een chronische inflammatoire aandoening die een behandeling met immunosuppressieve medicatie ontvangen, hebben een verminderde immuunrespons op een SARS-CoV-2-mRNA-vaccin ten opzichte van immunocompetente controles. B-celdepletietherapie en glucocorticosteroïden lieten hierbij de grootste impact op de immuunrespons zien.
Patiënten met chronische inflammatoire aandoeningen (chronic inflammatory diseases, CID) die immunosuppressieve medicatie ontvangen zijn vatbaarder voor een infectieziekte zoals COVID-19. Het advies is dan ook deze patiënten te vaccineren tegen SARS-CoV-2. Bepaalde immunosuppressieve medicatie kan echter de respons op een SARS-CoV-2-vaccin verminderen. In de nog niet officieel gepubliceerde COVaRiPAD-studie hebben onderzoekers gekeken naar de immunogeniciteit van 133 CID-patiënten en 53 immunocompetente controles na inenting met een van twee beschikbare mRNA-vaccins tegen SARS-CoV-2.
Lagere antilichaamtiters
Van de geïncludeerde CID-patiënten had 31,6% een inflammatoire darmziekte en 28,6% reumatoïde artritis. De meest gebruikte immunosuppressiva waren TNF-remmers (28,6%) en methotrexaat (21,8%). De onderzoekers vonden dat zowel de controles als de…
Lees het volledige artikel
Meld u gratis aan om verder te lezen en toegang te krijgen tot alle artikelen, nascholing en accreditatie op mediamed.
Gratis aanmeldenIk heb al een Mediamed account · Inloggen

